
Hoe wij het water laten reizen
Hoe wij het water laten reizen
Hoog en al hoger
Samen met boten en mensen en honden die blaffen
En gaan en gaan
Totdat het water aan onze lippen staat
En de deuren opengaan om ons te bevrijden uit het harnas van staal
Het water spat uit elkaar
Het water suist en gilt als een slang
Een moment vertraagt de tijd
Staat stil
Laat los
Stormt verder
Duwt en draagt toch nog een bootje mee
Naar de andere kant
Totdat het slaapt
De deuren sluiten zich zachtjes in het vierkant
En sluiten opnieuw het water op
Voor een moment luisterend
Voor een moment wordt de last teruggelegd
Ontsnapt de schreeuw nog een keer
Aan het verval
Wanneer ik denk aan de ruisende velden
De geschiedenis van land naar water
Het werk aan het water, het werk aan de lijnen
Onwaarschijnlijke verhalen door het land getrokken worden
Meetbare gedachten:
Vele handen dragen de aarde
Dragen in eindeloze herhaling de leegte
Kom, voordat het water zich laat leiden
Naar andere verhalen
Zuivere handelingen zonder uitzicht
Totdat het gras de aarde de dieren verdwenen zijn
Nieuwe orde in chaos na verontrusting
Na jaren van onwetendheid
Naast elkaar verblijven
In de verte overleven en dan verder gaan
Nu stroomt in onpeilbare diepte het water
Naar onbekende landschappen.
Land dat vergaat – land dat opgenomen wordt door het water
Het water dat dreigt en wordt gedragen
En schepen die stranden aan de randen
Het water dat stijgt – zo is het water
En zich alsmaar beweegt – snelheid in omhelzing
Om te ademen in onvertaalde landschappen
En de golven zwijgen op de grens
Achter de dijken een schip
Het geluid van een vliegtuigje
En de lijnen wijken voor het staal
Die leegte laat verdwijnen
Muren vallen en verrijzen
En vallen weer
Ritme van wat vertrekt en weer begint
Dreigend in zijn beweging stormt water naar het diepe
Gespleten land
Vuur en water branden dieper in de monden
Lange wegen voor de reis van vreemdelingen
Ongemerkt wordt men opgesloten
De leegte in opgetild en uitvergroot
En de meeuw fladdert
Nog een keer ontkomen
Terwijl de hond blaft
En de schepen verdwijnen
Ria Roerdink